Orlando

Met heel veel genoegen kijk ik naar profiling series. Vaak zijn het knappe jonge dames, die aan de hand van een paar misdrijven er achter komen hoe de geest van de misdadiger werkt en vervolgens beginnen ze een wedloop met de geest van de crimineel. Tenenkrommend spannend kijk je toe hoe ze als maar meer de crimineel benaderen en uiteindelijk weten zij zo precies hoe zijn geest in elkaar zit, dat zij een aantal stappen vooruit lopen en de crimineel wordt schaakmat gezet. Opgelucht met de goede afloop, neem je dan een kopje thee en schakel je naar het volgende programma.
Omar Mateen was een bekende van de politie, men wist van zijn bestaan en toch heeft daar geen knappe profiler naar hem gekeken en gedacht deze man is een gevaar voor de samenleving. Ik ben geen profiler, maar ben wel geïntrigeerd door de kleine stukjes die van hem naar boven komen drijven, hij was boos op iedereen, hij haatte de wereld staat er in de krant en dan nog een interessant stukje, hij kwam wel eens in de homobar en hij had contacten in een homochat groep. Ineens komt de profiler in mij op. Wat als hij eigenlijk niet zozeer homo’s haatte, maar juist er zelf een was? Een die niet uit de kast durfde of kon komen? Zijn vader zei dat hij heel boos was geworden toen hij twee mannen had zien zoenen. Wat als hij het liefst een van die mannen was geweest en het liefst blij gedanst en gefeest had met andere mannen? Wat als hij elke nacht droomde over die wereld, maar niet wist hoe hij uit zijn omgeving los kon breken? Avond naar avond verlangend naar iets wat hij niet kan krijgen, totdat er een monster in hem wakker wordt, de een noemt het homo haat, maar het kan ook blinde jaloezie zijn. Het grote groene monster dat iedereen haat, niet omdat ze homo zijn, maar omdat zij wel het lef hebben om uit de kast te komen, omdat zij wel de keuze maken om hun voorkeur uit te spreken. Omdat zij wel gelukkig zijn in het leven dat zij kozen. Hoe durfden zij wel zo’n leven te vieren, vroeg hij zich misschien af. Zij waren een continue bevestiging van alles wat hij niet was. Hij kon moeilijk zeggen dat hij uit eigenhaat al die mensen dood ging schieten, wat zou hem een held maken aan de ander kant van de wereld. Een echte man? Hij ging bewijzen dat hij een echte macho was, met veel kracht (en weinig denkvermogen) Hoe het ook zij, hij handelde uit haat, misschien haat voor homo’s maar misschien ook haat naar zich zelf. Vreselijk dat haat naar binnen of naar buiten gericht, zo ongelooflijk veel schade aan kan richten. En nog erger dat er ergens op aarde een groep zit, die groeit en bloeit op haat. En de reactie daarop wordt haat, gevoed door demagogen, die gericht zijn op eigen belang. Wat was het toch fijn geweest als hij uit de kast was gekomen, dan was er waarschijnlijk alleen maar liefde geweest.

Scheiden

Vorige week was ik op een cursus, het onderwerp was scheiden, de problematiek die bij gepaard gaat en hoe het gescheiden gezin verder moet. Tijdens deze sessie maakten we kennis met een fictief gezin. Gezin a bestond uit man en vrouw, die als broer en zus samenwoonden, ze hadden het goed, maar de spanning was eraf. Gezin b, had het heel goed totdat man van gezin b vrouw van gezin a tegen kwam, daar smoorverliefd op werd en met het noorderlicht vertrok. Gezin a was strak georganiseerd, zij hield van afspraken en regels en gezin b was een beetje van de franse slag. De drie kinderen van gezin b zaten een week bij papa en een week bij mama. Van gezin a de twee kinderen kwamen om het weekend thuis bij papa.

De cursusleidster vroeg toen aan ons of wij allemaal de rol van een kind op moesten nemen en vervolgens moesten wij dus de hele week wisselen van samenstelling, de ene week 5 kinderen de andere week 3, continu moest ik mij tas oppakken en ergens anders gaan zitten. Daarnaast moest ik mij de hele tijd opnieuw aanpassen zoals aan mijn vader, die met zijn nieuwe vriendin, heel anders deed dan thuis, aan zijn nieuwe vrouw, die heel streng was, aan mijn moeder die depressief was na mijn vaders vertrek. Dacht ik eindelijk de routine te hebben, kreeg mijn fictieve moeder een vriend met vier kinderen en moest ik daar ook nog naar toe. Die vier kinderen waren een stuk jonger en dus moest ik dar weer gaan oppassen, waar ik geen zin in had en ze woonden ook nog een uur rijden van mijn stad vandaan.

De cursusleidster vroeg toen;,, Mag dit? Kan je dit je kind aan doen? Er volgde toen een enorme hoeveelheid aan cijfers van kinderen die continu aan het verhuizen zijn. Ze vertelde dat de meeste van deze kinderen vroeg uit huis gaan en dat als zij de 30 gepasseerd zijn eigenlijk nooit meer Kerstmis en andere feestdagen met hun familie vieren. Het gedoe willen ze niet meer.

Mijn ouders zijn niet gescheiden, mijn zusjes en broers zijn ook niet gescheiden. Ik zelf ben niet gescheiden. Ik kon mij niet voorstellen hoe ongelooflijk disruptief scheiden is voor kinderen. Als mensen echt een ongelooflijke hekel hebben aan elkaar en echt elkaar niet meer kunnen verdragen, is het misschien beter als je weg gaat, maar zoals stel a, waar de vrouw vond dat er meer moest zijn. Dan vraag ik mij af, wat is er “meer” aan twee kinderen in de vernieling helpen, hen vroeg uit huis zien te vertrekken en dan ook nog later als zij groot zijn geen echte goede relatie meer hebben, omdat zij nou eenmaal dat gesjouw en gedoe eigenlijk in het diepste van hun hart niet konden waarderen.

Van de zijlijn is het makkelijk praten, maar als nou iedereen net zoveel moeite zou stoppen in het in stand houden van een gezin in plaats van bij elke tegenslag maar energie in iets nieuws en spannends te stoppen, zou er een hoop leed toch echt vermeden konden worden. Want toen de cursusleidster na al dat heen en weer gesjouw vroeg: Mag dit? Was mijn instinctieve reactie, Nee!

sympathieboeket

Gewoonlijk bel ik ze voor vrolijke gelegenheden: iemand is jarig, promoveert of heeft een nieuwe baan. Soms stuur ik de bloemen als een soort `het spijt me’ en heel af en toe voor mensen die ziek zijn, maar dat komt gelukkig zelden voor.

Vandaag was het anders. Ik belde, omdat een collega van mijn man en zijn vrouw hun zoontje zouden begraven. Het zoontje was, twee weken voordat het ter wereld had moeten komen, doodgegaan. Zo kort voordat zijn leven had kunnen beginnen was het al voorbij.

Worstelend met de vraag wat ik nou moest bestellen en wat ik op het kaartje moest laten zetten, vroeg ik aan de eeuwig sympathieke, mannelijke stem van de bloemenbestellijn: ,,Wat zetten andere mensen meestal op zo’n soort kaartje?”

,,Mevrouw, voordat we aan het kaartje beginnen. Even voor de duidelijkheid, bedoelt u een sympathieboeket?”

Ik viel even stil, want het woord `sympathieboeket’ opende een geheel nieuwe wereld voor me. In plaats van bij gelegenheden die ik net heb beschreven om bloemen te sturen, zou ik dus ook op een andere manier boeketten kunnen sturen. Sympathieboeket… Zou het ook omgekeerd kunnen? Ik voel een grote antipathie voor die persoon, mag ik een antipathieboeket? De keuze zou dan bestaan uit gifgroene doornrozen of distels met nare stekels. Of het empathieboeket, allemaal matte, vriendelijke kleuren. Je kunt er eindeloos over door blijven filosoferen.

Ik vroeg: ,,Wat voor soort bloemen zitten in een sympathieboeket?”

,,Nou mevrouw, dat hangt van u af, dat weet ik niet precies, maar meestal iets met lelies en anemonen.”

,,Goed, dan ik wil zo’n sympathieboeket.”

Maar toen kwam pas echt het moeilijke: de tekst voor het kaartje. Je wilt er eigenlijk van alles opzetten: we leven mee, het spijt me. Maar niets komt in de buurt van wat je eigenlijk wilt zeggen. Namelijk dat je het vreselijk voor ze vindt, dat je hoopt dat ze over dit verlies heenkomen. Teksten als `Woorden schieten tekort’ enz. schoten door mijn hoofd, maar ik kwam tot `innige deelneming’.

En ook over die woorden moest ik mij verbazen. Ik ken innige stellen, ken teksten uit boeken: `Ze liepen innig gezamenlijk over het strand’. Hoe kun je innig deelnemen met een kaartje?

Je neemt deel aan het rouwproces. Dat wil je zeggen, je wilt daarbij betrokken zijn.

Opvallend dat juist mensen die veraf staan, die niet echt innig deelnemen, juist degenen zijn die deze woorden gebruiken en sympathieboeketten sturen.

Batterijen

Soms als we met vakantie gaan, denk ik met weemoed terug aan de tijd dat we gewoon een paar spelletjes en rammelaars en dergelijke in de tas van de kinderen gooiden. Ze werden groter en toen begon het! Het lijkt wel of alles tegenwoordig batterijen heeft of in ieder geval opladers. De oplader van de DS, de oplader van de DvD-speler, de andere oplader van de nieuwere DS, die natuurlijk niet op de oude paste, de oplader van mijn Ipad, de oplader van zijn Ipad, de oplader van zijn fototoestel, mijn oplader van mijn fototoestel, de oplader van de laptop, moesten allemaal mee. Kortom als wij nu op reis gaan, gaat er koffer vol aan electronica mee. Het is net die ene extra koffer. Vroeger als wij met vakantie gingen, mochten wij van mijn vader een klein koffertje meenemen en…. een boek. Nu is het echt niet zo dat ik perse vind dat de wereld meer moet lezen, maar denk je eens in wat de gevolgen zijn als al die kinderen nou eens gewoon op vakantie een boek meenamen? Hoeveel zou het schelen aan energie als al die kinderen gewoon niet met hun neus lusteloos achter het scherm vastgeplakt zaten, maar een boek lazen en verder zich zelf bezig houden met UNO of andere spelletjes. Hoeveel minder watt’s er geproduceerd zouden moeten worden, zodat die kinderen niet van electronica gebruik moeten maken. Als we ‘s nachts in de auto op vakantie gaan, zie je in alle auto’s schermpjes oplichten. Soms rij je wel een een tijd naast dezelfde auto en de hoor ik wel eens heel droog vanaf de achterbank, “he, ze kijken dezelfde film, maar ik ben verder.”
Ik vraag mij af hoeveel energie er op zo’n moment verbruikt wordt. Afgezien van het feit dat het dus een enorme energie besparing zou opleveren, heeft geen electronica nog meer plus kanten.
Wij gaan wel eens zeilen en dan komt het moment dat de wifi weg is, de batterijen op zijn en dat ze wel hun electronica weg moeten leggen. Ze gedragen zich dan het eerste half uur als een junk met ontwenningsverschijnselen, prikkelbaar, chagrijnig en vervolgens gaat langzaam de knop om, ze gaan om zich heen kijken, beginnen ons vragen te stellen, raken geïnteresseerd in hun omgeving. We maken dan de gezelligste momenten van ons gezin mee, we praten met elkaar en hebben plezier.  Weg is hun lusteloosheid, hun eigen batterij lijkt dan eindelijk weer eens opgeladen,

Amsterdam

We gaan met de familie voor een weekendje naar Amsterdam. De kinderen zijn al lang van te voren geïnformeerd dat hun sportactiviteiten niet doorgaan en dat wij vroeg in de middag naar Amsterdam gaan vertrekken, maar als je uit het zuiden komt en je bent ook nog een fervente aanhanger van PSV is het moeilijk om als puber naar Amsterdam te gaan. Immers het is de stad van Ajax en dat kan dan dus niet goed zijn. Enigszins met mijn mond vol tanden sta ik tegenover deze logica. Wat kan je daar nou op zeggen? Ik besluit de tegenaanval in te zetten, dom, dom, dom spookt het in mijn achterhoofd, dit zijn geen reële argumenten, hier speelt het puberbrein een rol, maar het is te laat, ik ben er ingetrapt, we zijn de ring in gegaan en daar cirkelen puber versus moeder om elkaar heen. Het gaat hoe dan ook slecht aflopen. Ik snuif:,, dus Eindhoven is PSV en je kan er verder niets anders zien dan voetballers en Phillips.” Nee, gromt hij terug, natuurlijk niet, doe niet zo stom, mam. Ik weet heus wel dat er meer is in Amsterdam, er is die hele lelijke dam, stomme gebouwen en het is een stinkstad. Ik ga niet naar Amsterdam! Logica, rede, ze worden allemaal door de afvoer weggespoeld.  ik kijk hem dreigend aan en zeg:,, We vertrekken over een half uur, en gil terwijl ik de kamer uit loop: En jij gaat mee!” Anderhalf uur later zijn we er. Het hotel ligt op de wallen. Terwijl wij voorzichtig de wallen oprijden, kijkt hij naar buiten, duizenden toeristen, maar vooral de winkeltjes trekken zijn aandacht. Ik kijk in het spiegeltje en zie hoe hij alles wel zeer nieuwsgierig bekijkt. Ik moet op mijn tong bijten om niets te zeggen. ‘s Avonds gaan we naar de Sky lounge van het Hilton. Eindeloos tuurt hij over de stad, tijdens het eten vraagt hij of hij nog even bij de Sky lounge mag gaan kijken. Als hij terug komt, houd ik het niet meer,quasi nonchalant zeg ik , valt best mee he, Amsterdam, Hij grinnikt, mam ik ging niet voor de stad naar boven, ondeugend kijkend gaat hij verder, er werken daar best mooie meisjes …. in die sky lounge, lachend gaat hij zitten.

Vilein

Ze zit op het schoolplein, haar bleke gezicht beschermd door de hoge kraag van haar jas. “He, ben jij er, hoe voel je je?” komt er enthousiast een moeder naar haar toe gelopen. “Hoe is het, wanneer begin je met chemo?” Onmiddellijk draait de rest zich naar haar om. Het is dus waar, het is terug gekomen. Medelijden, verdriet, boosheid, het zijn allemaal emoties die je weerspiegeld ziet in de verschillende gezichten. Dapper vertelt zij dat het goed gaat, dat zij nog niet aan chemo is begonnen, maar dat zij zich nu vooral bezig houdt met speciale diëten, geen suikers, weinig koolhydraten  alles om er maar voor te zorgen dat de kanker maar niet erger wordt. Haar kinderen komen naar buiten en binnen een kwartier is het schoolplein verlaten, iedereen is weer bezig met haar gebruikelijke dingen.

De volgende dag is er een koffieochtend. Ineens zegt iemand: Erg he, dat het terug is, dat zij weer zo ziek is. Onmiddellijk is iedereen daar mee eens, de gebruikelijke dingen worden gezegd, dat het oneerlijk is, dat het naar is dat iemand zo jong, zo ziek moet worden en dat het zo vreselijk is voor de kinderen. Maar dan verandert de stemming, een van de vrouwen laat haar stem zakken, samenzweerderig buigt zij zich voorover en zegt: Tsja, maar ze is ook wel enorm gaan sporten en iedereen weet dat als je enorm gaat sporten het juist toe gaat nemen. Dat is zo dom! Het is alsof het een startsignaal is, de compassie is weg, instemmend wordt er geknikt, alsof het haar schuld is dat het terug is, ze had immers niet moeten sporten. Het was veel beter geweest als zij rust had gehouden. Terwijl ik er zo naar luister, vraag ik mij af waar dit vandaan komt. Want, niemand in die groep heeft kanker gehad en er staat nergens geschreven wat je wel en niet met kanker moet doen, sommige gaan lijnen en worden beter, anderen sporten en worden beter, anderen doen alles goed, praten om de stress te reduceren, houden zich aan voedingsvoorschriften, gaan op tijd naar bed en krijgen toch te horen dat al die moeite voor niets was en dat zij stervende zijn.  Waarom moeten zij die dan niet ziek zijn, die pogingen veroordelen, want als ik wist dat ik ziek was en ook wist dat er geen echte genezing is, zou ik  waarschijnlijk ook alles doen wat zij mij zouden aanraden, dus sporten, dus lijnen, maar misschien wil ik dat dan helemaal niet, wie weet denk ik wel, stop mij maar onder de grond en daarvoor ga ik alles doen wat ik nog nooit gedaan heb. Of misschien leef ik wel gewoon verder alsof er niets aan de hand is. Ik weet het niet, zij weten het ook niet. Het enige wat ik wel weet is dat veroordeling van hoe iemand omgaat met zijn of haar ziekte heel vilein is. Alsof door de schuld te leggen bij degene die ziek is, het verhaal minder bedreigend wordt. Maar het verhaal blijft bedreigend, naar en verdrietig en het enige goede antwoord om zo’n verhaal minder bedreigend te maken is het te overstijgen met compassie, vriendschap, respect en liefde.